Historie van het ringwerk


Toen in de loop van de negentiende eeuw het besef doorbrak dat vogels heen en weer trekken tussen een broedgebied en een winterkwartier kwam de vraag aan de orde hoe men de  trekwegen kon volgen. De Deense schoolmeester Hans Christian Mortensen is de ‘uitvinder van het ringwerk’. Hij begon in 1899 enkele spreeuwen te vangen en deze weer los te laten na ze van een merkteken te hebben voorzien. Dit idee sloeg direct aan en in veel landen ontstonden ringcentrales, zo genoemd omdat de meest gebruikte manier van merken het aanleggen van een metalen ring aan een van de poten is.

In Nederland werd het ringen van vogels voor de wetenschap geïnitieerd door dr. E.D. van Oort, toenmalig directeur van ‘s Rijks Museum van Natuurlijke Historie te Leiden (nu Naturalis). Dr. van Oort verzocht ornithologen in het hele land vogels te vangen en te voorzien van een metalen ring.  Meindert Menno van Esveld uit Nijkerk was de eerste die aan deze oproep gevolg gaf en ringde op 24 mei 1911 15 jonge spreeuwen. Eén van die vogels was zo onfortuinlijk om iets meer dan een jaar later in Hoevelaken voor de loop van het geweer van de heer van Droffelaar te verschijnen; de eerste terugmelding was een feit! In de eerste helft van de twintigste eeuw werden vogels vooral geringd als nestjong. Het zoeken naar nesten van allerlei vogelsoorten was in die tijd wijd verbreid. Mistnetten zoals die tegenwoordig worden gebruikt voor het op grote schaal vangen van zangvogels werden pas vanaf de jaren vijftig gemeengoed in Nederland, en dus was men voor het bemachtigen van vogels aangewezen op de nesten.

Daarnaast werd er ook wel gevangen met inloopkooien, klapvallen en allerlei traditionele soorten slagnetten. Aan het vangen ‘voor de pot’ kwam met de Vogelwet van 1912 in Nederland grotendeels een einde en het werken met deze vangmiddelen raakte sindsdien snel in onbruik.



Ringwerk in eendenkooien


Sinds 1911 worden in Nederlandse eendenkooien eendensoorten geringd. Het heeft enkele decennia gevergd voordat het ringwerk op eendenkooien goed op gang kwam. Het vangen van eenden met een eendenkooi is een vorm van jacht. Omdat jacht een gevoelig onderwerp was, waren kooikers zwijgzaam over vangsten en schermden zij het kooibedrijf sterk af.

In de jaren ‘40 heeft het ringen van eenden een grotere omvang gekregen. Naast onderzoekers zoals Eygenraam en Smit heeft ook de toenmalige secretaris W.H. Mol van de Kooikersvereniging daarin een belangrijke rol gespeeld. Zij hebben kooikers gestimuleerd tot het ringen van eenden, waarmee de eendenkooien in belangrijke mate bijdroegen aan het verkrijgen van kennis over de leefwijze van eendachtigen door gericht wetenschappelijkonderzoek. Het aantal geringde eenden nam zo gestaag toe en bereikte in Nederland zijn hoogtepunt in de jaren vijftig (zie tabel). Pas recent is het ringen van eenden in eendenkooien weer aan het toenemen door de activiteiten van de WREN. Momenteel wordt er in een kleine dertig eendenkooien in Nederland weer geringd. In de jaren vijftig waren met name de wintertaling, en in mindere mate de wilde eend de meest talrijke soorten. Nu is het merendeel van de geringde eenden wilde eenden, met de smient en wintertaling op afstand als tweede en derde. Inzage in oude ringboeken in het archief van het Vogeltrekstation geeft enig beeld van de kooikers en onderzoekers die destijds een rol speelden bij het ringwerk. De Kooikersvereniging speelde toen een belangrijke intermediaire rol tussen de kooikers en de onderzoekers. Zij onderkende het nut en het belang van het ringwerk en stimuleerde mede het ringen van eendachtigen.

Toen terreinbeherende organisaties meer kooien in bezit verwierven, namen de aantallen geringde eenden fors toe. Pieken in de aantallen geringde eenden zijn te herleiden naar kooikers die in opdracht van terreinbeheerders ringden. 


Aantal geringde eenden in Nederland per decennium (gegevens Vogeltrekstation)

 

 

 


Kooikersvereniging

Adres secretariaat
Herenweg 55

2361 EG Warmond

kooikersvereniging@gmail.com
 

 



© 2017 Kooikersvereniging

powered by Natuurlijk !